Kaarsengebruik en tips
Het gebruik van kaarsen en tips
Kaarsen brengen sfeer, rust en warmte in huis. Onze kaarsen zijn met de hand gemaakt en hebben ieder hun eigen karakter. Met een beetje aandacht branden ze het allermooist én het langst.
Zo voorkom je veelvoorkomende problemen zoals tunnelen, druipen of roetvorming. Door het handgemaakte karakter kan een kaars soms licht druipen of ongelijk branden. Dit is normaal en hoort bij het product
Altijd belangrijk:
- Laat een brandende kaars nooit onbeheerd achter
- Houd minimaal 10 cm afstand tussen meerdere kaarsen
- Buiten bereik van kinderen en huisdieren
Vrijstaande kaarsen
Onze vrijstaande kaarsen zijn handgemaakt en uniek. Met deze tips branden ze het mooist en voorkom je veelvoorkomende problemen.
Eerste keer branden – voorkom tunnelen – Laat de kaars de eerste keer lang genoeg branden zodat de bovenkant grotendeels vloeibaar wordt. Kaarsen “onthouden” hoe ze de eerste keer branden. Brand je hem te kort, dan blijft hij vaak smaller verder branden en ontstaat er een tunnel.
Lont onderhouden – De lont bepaalt hoe de kaars brandt. Een te lange lont zorgt voor een grote vlam, roetvorming en sneller smelten. Houd de lont daarom op ongeveer 0,5 tot 1 cm. Knip de lont vóór elk gebruik indien nodig.
Zie je een zwart bolletje op de lont? Knip dit weg voor een rustige, schone vlam.
Brandduur – Laat een kaars niet langer dan 3 tot 4 uur achter elkaar branden. Te lang branden zorgt voor een grote smeltpool, waardoor de kaars sneller kan gaan druipen of onregelmatig brandt.
Brede kaarsen
Bij kaarsen breder dan ongeveer 5 cm kan er een randje aan de buitenkant blijven staan.
Werk deze rand voorzichtig bij door hem weg te snijden wanneer de kaars nog warm (maar niet vloeibaar) is. Zo blijft de kaars gelijkmatig opbranden.
Let op: duw de rand niet naar binnen. Hierdoor kan er te veel vloeibaar kaarsvet ontstaan en kan de lont minder goed branden of zelfs verdrinken.
Vormkaarsen – Bijzondere modellen kunnen meer druipen of “lopen” dan rechte kaarsen. Dit is niet volledig te voorkomen.
Dit komt doordat de kaars niet overal even breed is. De lont wordt afgestemd op de gemiddelde dikte van de kaars. Op smallere delen smelt de kaars daardoor sneller, terwijl bredere delen iets achter kunnen blijven. Hierdoor kan het branden minder gelijkmatig verlopen en kan er kaarsvet gaan lopen.
Gebruik daarom altijd een schaaltje of onderzetter om kaarsvet op te vangen.
Goed om te weten; Juist deze kleine verschillen maken elke kaars uniek 💛
Plaatsing
Zet de kaars:
- op een stabiele, vlakke ondergrond
- uit de tocht
- uit de buurt van brandbare materialen
Kaarsen in glas
Kaarsen in glas branden anders dan vrijstaande kaarsen. Met deze tips haal je het mooiste resultaat uit je kaars.
Eerste keer branden (heel belangrijk)- Laat de kaars branden totdat de bovenste laag volledig vloeibaar is tot aan de rand van het glas. Doe je dit niet, dan kan de kaars gaan tunnelen en brandt hij niet meer gelijkmatig.
Houd de lont op ongeveer 0,5 cm. Knip de lont indien nodig bij vóór gebruik.
Zie je een zwart bolletje op de lont? Knip dit weg voor een rustige vlam.
Laat een kaars niet langer dan 3 tot 4 uur achter elkaar branden. Te lang branden kan zorgen voor een te grote vlam en oververhitting van het glas.
Heb je een geurkaars gekocht?
Zelfs na het uitblazen blijft de geur nog lang zacht aanwezig — alsof de kaars nog even nageniet.
Zorg dat de lont recht in het midden blijft staan tijdens het branden. Zo voorkom je dat de kaars ongelijk opbrandt of aan één kant sneller smelt.
Brand een kaars in glas niet helemaal op. Stop wanneer er nog ongeveer 1 cm was op de bodem zit. Dit voorkomt dat het glas te heet wordt en kan beschadigen.
Extra tips en uitleg
Elke kaars is anders — en dat is juist de charme van handgemaakt.
Kaars “resetten” – Is je kaars scheef gaan branden of ontstaat er een kuiltje? Laat de bovenkant volledig smelten en laat de kaars daarna weer uitharden. Vaak brandt hij daarna weer gelijkmatiger.
Invloed van temperatuur – Kaarsen reageren op hun omgeving. In een warme ruimte smelt kaarsvet sneller, waardoor een kaars eerder kan gaan “lopen”. In een koelere ruimte brandt een kaars rustiger en vaak gelijkmatiger.
Schoonhouden – Houd je kaars vrij van stof en vuil voor het beste brandresultaat.
Waarom druipt een kaars? Druipen ontstaat wanneer gesmolten kaarsvet sneller naar beneden loopt dan het kan verbranden.
Dit kan komen door de vorm van de kaars, temperatuur of tocht. Vooral bij vormkaarsen is dit heel normaal.
💛 Tot slot
Geen kaars is perfect — en dat is precies de bedoeling.
Een klein randje, een druppel of een eigen karakter: dat maakt jouw kaars écht handgemaakt.
Met een beetje aandacht geniet je er het allerlangst van 💛